Het is de Week van de Opvoeding tot 13 oktober 2013. Deze week draait om het uitwisselen van ervaring en ideeën tussen ouders, opvoeders, kinderen en jongeren. Een positieve benadering staat daarbij voorop. Taboe doet hieraan mee! Vanaf nu deze week iedere dag een gedeelte van een hoofdstuk uit het boek Gebruiksaanwijzing gezocht van Bénazir. Dit is een pedagogische casus over respectloos gedrag.

Nu de kinderen boven op hun eigen kamers zitten, wil ik met Karl en Helmi over mijn bevindingen praten. Ik ben heel confronterend en leg ook alles meteen op tafel. Ik vertel ze dat ze een pedagogisch probleem hebben en dat alle gezinsleden op aparte eilandjes leven. Er is geen samenspel en ook doen ze niets als gezin gezamenlijk. Sterker nog: er is een enorme tweedeling en die twee kampen staan recht tegenover elkaar. Nu is het mijn taak om beide kampen op te breken en te zorgen dat hier een gezin ontstaat. Maar belangrijker misschien nog is, dat er duidelijkheid komt en grenzen aangegeven worden waar iedereen zich aan moet houden.

OPVOEDKUNDIG PROBLEEM
Helmi voelt zich onmiddellijk aangevallen als ik het probleem benoem als een opvoedkundig probleem en ziet het als een vorm van falen. Ik leg haar uit dat geen enkele ouder een gebruiksaanwijzing van zijn kind krijgt en dat ze al die jaren heeft geprobeerd om het zo goed mogelijk te doen. Alleen de omstandigheden en het kind zorgden ervoor dat het niet verliep zoals het had moeten verlopen. Helmi ontdooit en ziet nu eindelijk in dat ik er niet ben om haar de grond in te boren, maar om een helpende hand te bieden. Het is niet mijn taak om ouders te veroordelen, omdat ik van mening ben dat ze handelen zoals ze denken dat op dat moment de juiste manier is. Ik ben er slechts om het probleem op te lossen door handvatten te bieden en dat doe ik in de vorm van een plan van aanpak.

OP EEN LIJN
Het allereerste wat er moet gebeuren is dat Karl en Helmi op één lijn komen te zitten qua manier van denken, willen ze als team de kinderen kunnen opvoeden. Op de eerste plaats door Karl duidelijk te maken dat zijn manier van praten – die in zijn werkfunctie heel erg gebruikelijk is – thuis gevolgen met zich meebrengt. De kinderen nemen deze manier van communiceren over en dat wordt door anderen vertaald als brutaal, ongemanierd en respectloos. De gebiedende toon veranderen in een vragende toon zal al een stuk prettiger voor de omgang zijn.

Helmi is heel erg blij dat ik dit meteen aanhaal. Ze voelt zich als een slaafje als Karl weer voor de zoveelste keer op een gebiedende toon haar wat vraagt. Karl had echter helemaal niet door dat zij het op die manier opvatte. Het is zijn tweede natuur geworden, deze manier van praten. Samen met de ouders schrijf ik op wat voor hen belangrijk is in de opvoeding van hun kinderen. De dingen die ze graag hun kinderen mee willen geven en leren. Afzonderlijk van elkaar moeten ze het opschrijven en dan gaan we het daarna bespreken.Als we beide lijsten naast elkaar leggen, blijkt dat van de tien punten ze acht punten hetzelfde hebben. Ze zijn er allebei erg verbaasd over. Ik ben erg blij dat ze zoveel overeenkomsten hebben, want dat maakt het alleen maar makkelijker om een plan van aanpak te maken waar ze zich allebei straks in kunnen vinden.

ZWAKKE SCHAKEL
Ik moet nu Helmi duidelijk maken dat zij de zwakke schakel is en duidelijke grenzen moet stellen bij Ruben en bij Bo. Maar ik weet ook dat – als ik het op deze manier vertel – ik haar zelfvertrouwen, dat al minimaal is, nog meer omlaag haal. Daarom besluit ik om het in de wij-vorm te gieten, zodat Helmi zich niet weer direct aangevallen voelt.

De regels die we opstellen gelden zowel voor Ruben als voor Bo. Want op dit moment heeft Ruben erg veel privileges bij moeder Helmi en is haar lontje erg kort naar Bo. Ditzelfde geldt ook voor Karl, maar dan andersom. Beiden zijn het ermee eens en we schrijven het op, zodat ze later even duidelijk na kunnen lezen wat er vandaag besproken is. Zo gaan we stapsgewijs beide lijstjes af en er ontstaat een opvoedingsrichtlijn die voor beide ouders duidelijk is. Maar wat misschien veel belangrijker is, is dat ze allebei hun wensen kenbaar kunnen maken en er compromissen gesloten worden. Als we het raamwerk af hebben en alle neuzen dezelfde kant op staan, gaan we de regels toepassen op de kinderen.

WEEKPLANNER EN STRAF
Er wordt op een weekplanner duidelijk gemaakt wat de activiteiten en taken van de gezinsleden zijn. Dat schept ten eerste duidelijkheid. Naast de weekplanner komt er een lijst van huisregels waar iedereen zich aan moet houden. Die regels zijn onder andere: gedragsregels waarin duidelijk verwoord wordt dat er respect voor elkaar is. Worden deze regels overtreden, dan volgt er een waarschuwing en er wordt meteen ook duidelijk aangegeven wat de sanctie, oftewel de straf is als de regel weer overtreden wordt.

Omdat Ruben enorm veel woedeaanvallen heeft, raad ik de ouders aan om tijdens zo’n aanval niet te communiceren met het kind, omdat hij op dat moment meestal niet voor rede vatbaar is. Zijn gedrag zullen ze op dat moment negeren door met hun rug naar hem toe te gaan staan of weg te lopen. Als hij gekalmeerd is, dan moeten ze hem aanspreken op zijn gedrag en duidelijk maken dat ze het niet tolereren en accepteren. Hij zal dan ook zijn verontschuldiging moeten aanbieden. Mocht hij dat weigeren, dan volgt er een straf die ze ook moeten uitdelen en uitvoeren. Alleen zo wordt het voor hem duidelijk dat het niet toelaatbaar is wat hij heeft gedaan. Het is dan ook belangrijk dat de ouder die de straf uitdeelt het ook uitvoert en de andere ouder mag niet laten blijken dat deze het niet eens is met de straf.

ONTNEMEN
De straffen moeten ook van dien aard zijn, dat het kind iets wordt ontnomen en het ook als een straf ervaart. Dat kan zijn het tijdelijk ontzeggen van het computergebruik, de televisie of iets anders wat het kind graag doet. De straf moet wel redelijk zijn. Een brutale mond moet niet een straf van een week opleveren. Het moet het kind corrigeren en niet zijn levensvreugde ontnemen. Het moet geen strafkamp worden. Mocht het kind keer op keer in hetzelfde patroon vervallen, dan is het raadzaam om de rollen in een gesprek om te draaien op een moment dat het kind aanspreekbaar is. Vraag aan het kind wat hij zou doen – als hij de ouder was – om het kind te corrigeren. Het mooie is, dat kinderen vaak zelf met strengere straffen komen dan de ouders. Als ouder krijg je zo inzage in wat er voor het kind belangrijk is (als je iets wilt ontnemen) en het kind staat dan even stil bij je rol als ouder. Deel deze straf ook uit als het kind weer over de schreef gaat, maar kondig het wel in het gesprek aan. Op deze leeftijd bereik je veel meer met rustig communiceren en luisteren naar het kind dan met autoritair optreden. Het kind krijgt dan langzamerhand begrip voor het feit dat het gestraft wordt.

 

Deel 1, deel 2, deel 3,