Regelmatig kom je iemand tegen die een beroep of hobby uitoefent waarvan je denkt: Wat bezielt zo iemand?

Mr. Tjalling van der Goot heeft als advocaat van onder andere Sander V. en Robert M. menigeen de wenkbrauwen doen optrekken. Ruim 4000 ‘hate’ mailtjes zijn door hem ontvangen. Als advocaat van de duivel treedt hij voor hen naar voren en zorgt ervoor dat het recht mag zegevieren.

Daarom stelt Taboe de vraag aan Mr. Tjalling van der Goot: Wat bezielt je?

Het is de tegenwind die de vlieger doet stijgen! Daarmee is uitgedrukt wat mijn drijfveer is om advocaat in strafzaken te zijn. Als strafpleiter sta ik ook personen bij die door een deel van de samenleving op voorhand zijn veroordeeld. Gedurende de recente verdediging van Sander V., de moordenaar van Milly Boele en natuurlijk Robert M., de hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak, heb ik helaas moeten ervaren dat de rol en positie van een strafadvocaat vaak niet wordt begrepen. Roeien tegen de stroom in maakt het vak juist zo boeiend. Waarom?

Alle advocaten op mijn kantoor staan enkel verdachten bij in strafzaken. Het Openbaar Ministerie is een vaste tegenspeler. Het OM is de openbare aanklager. Het OM heeft veel expertise en ondersteuning en een fors budget om onderzoek te kunnen bekostigen. De verdachte heeft dus een machtig apparaat tegenover zich. Alleen al hierom is het zuiver dat een verdachte wordt bijgestaan door een raadsman die juist oog heeft voor de belangen van deze verdachte. De advocaat waakt ervoor dat de hand van Vrouwe Justitia doorschiet en draagt mede zorg dat haar weegschaal in balans blijft. Als advocaat bewaak je het strafproces. De advocatuur vervult daarmee een waakhondfunctie, zij blaft als dat nodig is. Het recht op rechtsbijstand is in verdragen en wetten verankerd. Een fundamenteel recht in een rechtstaat.

Het opkomen voor de belangen van personen in een kwetsbare positie is wat mij drijft om dit werk te doen. Juist in een zaak tegen een verdachte als Robert M., die op voorhand door een groot deel van de maatschappij is uitgejouwd, is het essentieel dat adequate verdediging plaatsvindt. Zonder tegengas kan geen eerlijk proces plaatsvinden. Een goed verhaal van de vertegenwoordiger van het OM en een sterk verweer van de verdediging, dwingt de rechter goed over de zaak na te denken. Dat kan alleen maar leiden tot weloverwogen uitspraken. Dat laatste is in het belang van ons allemaal.

Hoewel het ontvangen van duizenden beledigingen, verwensingen en bedreigingen – zoals in de Amsterdamse zedenzaak – verre van plezierig is, sterken dergelijke emotionele reacties van een deel van de Nederlandse populatie mij in de gedachte dat het meer dan noodzakelijk is om verdachten van strafbare feiten bij te staan. Daarbij moet je de rug recht houden en niet zwichten voor andere belangen dan de belangen van de cliënt. Het bijvoorbeeld op juridische gronden aanvechten van het spreekrecht voor ouders van kleine kinderen hoort daar ook bij, ook al weet ik – zelf vader – dat de ouders een grote waarde aan dit spreekrecht toekennen. Het is echter de taak van de advocaat om de rechter te wijzen op juridische (on)mogelijkheden om op die wijze een waardig, eerlijk en wettig proces te garanderen. Het maakt ons werk niet populair, maar wel wezenlijk.

Verdachten zijn per definitie kwetsbaar. Juist deze mensen verkeren in een afhankelijke positie en hebben rechtshulp nodig. Het is deze overtuiging die mijn, soms lastige werk, in mijn optiek noodzakelijk maakt. Het is deze noodzaak waaruit ik de energie haal om voor elke cliënt weer tot het uiterste te gaan en maximaal op te komen voor zijn belangen, voor zijn rechten.

Mr. Tjalling van der Goot