“Jeetje wat zijn ze weer dwars, het zal wel de prepuberteit zijn!” Een veel gehoorde zin van ouders die willen aanduiden dat hun kinderen tegen de gewenste stroom in zwemmen. Steeds vaker hoor je dat moeilijk gedrag van kinderen af wordt gedaan met gedrag dat een voorloper op de puberteit kan zijn. Peuter-, kleuter- en prepuberteit zijn de labeltjes die er dan opgeplakt worden. Maar is het daadwerkelijk wel zo, of heeft het gedrag misschien een andere oorzaak?

Slechts 2 ½ % van de kinderen begint met puberen vóór het achtste levensjaar. Rond het tiende levensjaar komen kinderen in de prepuberteit, maar deze periode doorlopen ze qua gedrag meestal probleemloos. Als er daadwerkelijk gedragsproblemen de boventoon voeren, dan waren deze in een lichte vorm al aanwezig. Opstandig/brutaal gedrag, woedeaanvallen en stemmingswisselingen zijn vaak de voorlopers van eventueel heftige escalaties.

DUIDELIJKHEID
Kinderen willen duidelijkheid en als de ouders deze niet geven, dan kan dit direct een weerslag hebben op hun gedrag. Wat de ene keer wel mocht, mag plotseling niet meer. Kinderen met een duidelijke eigen wil zullen dit niet makkelijk accepteren en gaan er dan tegen in. Door duidelijk te zijn naar je kind kun je ook je grenzen aangeven waarom iets wel of niet mag. Uitzonderingen mogen, maar geef deze aan en vertel erbij dat er aan de regels niets verandert.

Als kinderen hun eigen identiteit gaan ontwikkelen, dan kunnen er conflicten ontstaan als de grenzen door de ouders niet goed bepaald zijn. Er ontstaat een machtsstrijd tussen ouder en kind. De ouder moet zich dan ook als opvoeder opstellen en niet als vriend; dit om de rollenverdeling duidelijk te maken aan het kind. Dit moet soms gepaard gaan met autoritair gedrag, zelfs als het tegen je eigen gevoel ingaat. Dit autoritaire gedrag is noodzakelijk als het kind de grenzen overschrijdt en normale gesprekken geen effect hebben. Je zult dan duidelijk moeten maken dat je het gedrag niet wenst en bij herhaling in zal grijpen door middel van straffen. Maak dan op dat moment de straf ook kenbaar, zodat het kind weet waar het aan toe is.

Het belangrijkste is misschien wel dat wanneer je als ouder een straf uitdeelt, deze ook uitvoert. Het niet of gedeeltelijk uitvoeren van straffen maakt je niet geloofwaardig en zal een kind niet stimuleren om te stoppen met het ongewenste gedrag. Daarom is het ook goed om van tevoren te bedenken welke straf je een kind geeft en wel één die makkelijk uitvoerbaar is. Een straf is een kind iets ontnemen wat een kind leuk vindt.

STRAFFEN ALTIJD NOODZAKELIJK?
Is straffen altijd noodzakelijk? Nee, sommige kinderen hebben voldoende aan een waarschuwing of uitleg, maar andere kinderen zoeken de grenzen op en gaan eroverheen. Dan moet je als ouders duidelijk maken dat je niet grenzeloos bent en het gedrag consequenties heeft. Dit zijn ook de eerste beginselen van een kind bijbrengen hoe om te gaan met een autoriteit. We leven immers in een maatschappij waar we ons aan regels moeten houden, zodat het niet uit de hand loopt. Veel maatschappelijke problemen van jongeren zijn ontstaan doordat thuis de grenzen te vaag waren. Duidelijkheid en consequentheid moeten aan de basis van elke opvoeding liggen.

Mocht een kind voor de puberteit moeilijk gedrag vertonen, zet het dan niet gelijk weg als prepuberteit, maar kijk of het geen andere oorzaak heeft. Brutaal gedrag labellen met prepuberteit geeft je als ouders een mooie reden om het probleem niet aan te hoeven pakken. Wees je er wel bewust van dat vroeg of laat je toch met het gedrag zal moeten dealen, omdat het steeds heftiger zal worden. Dan kun je beter op jonge leeftijd starten met het aangeven van je grenzen, zodat het een natuurlijk gegeven wordt voor een kind. Je hebt dan in ieder geval een streepje voor in de puberteit door je consequente gedrag, omdat kinderen dan precies weten wat ze aan je hebben.

Een stabiele factor voor je kind zijn, dat wil toch iedereen?