Constatering van dikke darmkanker

De vloer leek onder me weg te zakken toen ik in 2007 te horen kreeg dat ik dikke darmkanker had. Eerst deed ik er een beetje lacherig over, omdat ik dacht dat ze het verkeerd gezien hadden. Ik voelde me toch goed, zag er goed uit, en leek een normaal leven te leiden. Maar de realiteit was anders. Na een onderzoek in het ziekenhuis is er dikke darmkanker geconstateerd, wat er zo snel mogelijk uit moest. Via de zogenaamde fasttrack-methode werd ik geopereerd, waarbij zo’n 70 cm darm is verwijderd en een 26-tal lymfeklieren. Het advies van het ziekenhuis was om preventief toch een half jaar chemotherapie te gaan volgen om alles uit te sluiten en verdere verspreiding door het lichaam tegen te gaan. Daar lag ik dan: man van 38, gelukkig getrouwd, vader van twee jonge kinderen van 8 en 5 jaar jong. Een jongeman in de bloei van het gezinsleven. Alles prettig voor elkaar, en dan dit.

Elke veertien dagen drie dagen ziekenhuis voor de behandeling tegen de dikke darmkanker.

’s Maandagsmorgens heen en ’s woensdagsmiddags weer terug naar huis. Drie dagen van intensieve behandeling met chemokuren. Al was het ziekenhuis maar 2,5 kilometer van ons huis vandaan, voelde het of ik kilometers van mijn gezin af was. Gelukkig kwamen ze regelmatig in het ziekenhuis op visite. Toch voelde het anders. Drie dagen van huis stelt eigenlijk niet veel voor. Maar tijdens de chemobehandelingen voelde het of ik weken weg was. Weg van huis, weg van mijn vrouw en kinderen. Weg van mijn veilige stek. Als ik ’s woensdags weer thuis kwam, was ik moe en had ik 10 dagen om mij weer op te kunnen laden voor de volgende kuur. Hoe verder je in de weken van behandelingen kwam, hoe meer klachten je kreeg. Vermoeidheid, misselijkheid, zere vingers en voeten door de neuro-pathische verschijnselen. Je hebt het gevoel dat je innerlijke thermostaat kapot is. Midden in de warme zomer liep ik zo nu en dan met een dik, gevoerd vest aan. Mensen keken je aan of je het wel goed had. Van op kankergerichte scheldwoorden werd ik boos. Ik sprak er mensen op aan hoe kwetsend dit voor kankerpatiënten overkomt.

Op een gegeven moment ruik je zelfs de chemokuren door de poriën van je huid. Je bent in een overlevingsmodus bezig, je vecht tegen de bijwerkingen van de chemokuren, tegen de pijnen. Aan gewoon LEVEN lijk je niet toe te komen. Terwijl je ook nog een gezinsleven hebt. Je merkt in dat soort tijden dat je vrouw en je kinderen het ook alleen heel goed redden, terwijl zij het ook heel zwaar hebben. De man, als echtgenoot en vader kan minder deelnemen aan het sociale leven. Hoe verder in de kuren, hoe zwaarder het wordt. Toch wil je verder en heb je het er graag voor over om weer de nieuwe ik te worden. Door alles wat je meemaakt, hoef je niet meer de oude te worden.