Als je paranormaal bent, word je al gauw vreemd gevonden. Mensen kunnen er afwijzend op reageren. Vaak reageert men zo omdat het in hun belevingswereld niet voor komt. Wat je zelf niet ziet, bestaat niet punt!
Maar wat nou als je geboren bent met extra voelsprieten, als je in meer dimensies kunt kijken dan de gemiddelde mens? Wie bepaalt er of iets wel of niet bestaat, degene die de extra voelsprieten heeft, of degene die het níet kan zien? Omdat de meerderheid van de omgeving niet paranormaal is, wordt men geacht de massa te volgen. Als je afwijkt val je buiten de boot. Gelukkig staat men steeds meer open voor het feit dat er meer is tussen hemel en aarde.
Met wie kun je je geheim veilig delen en vertellen dat je paranormaal bent zonder voor gek verklaard te worden?
Kim is twaalf jaar en paranormaal, ze kan entiteiten waarnemen en deze kunnen haar ook lastig vallen. Kim vertelt…

Processed with MoldivNaast ons gezin, een aantal familieleden en mijn mentor en Docente Frans, wist niemand van wat er bij ons speelde.Ik had het niemand verteld… ook mijn vriendinnen niet (deze vriendinnen heb ik nu ruim een jaar). Dit omdat ik bang was (en soms nog steeds wel ben) om ermee gepest te worden. Een aantal klasgenoten hebben namelijk weleens gezegd dat mensen die geloven in geesten gek zijn. Ook was ik bang om anders gevonden te worden. Terwijl ik nog gewoon de Kim was die ik voor ik dit überhaupt zelf wist was. Richting eind mei werd het “Charlie-Charlie” gebeuren populair. -Met het spel Charlie-Charlie wordt een geest opgeroepen en stellen ze hem vragen. Twee potloden liggen kruiselings op een papier, men stelt een vraag en als een potlood beweegt is dat de geest die antwoordt.-

 

 

Overal deden ze het. Ook bij mij in de klas. Ik was bang. Ik wist iets wat zij waarschijnlijk niet wisten. Ik kwam naar school, zat in de klas en hoe goed ik me ook afsloot… ik voelde van alles. Ik wist niet wat ik moest doen, dus bleef gewoon zitten. Ik heb gesproken met mijn docente Frans waar ik altijd heel erg goed mee kan praten. Zij voelde ook dingen en zei dat mijn klas al flink bezig was geweest. Ze heeft onze klas erop geattendeerd wat voor gevolgen dit kon hebben. Veel van mijn klasgenoten zijn daar enorm van geschrokken en ipv dat ze stimuleerden “Charlie-Charlie” te doen, vroegen ze nu of mijn klas er alsjeblieft mee op wilde houden. Daar was ik blij mee. Eenmaal thuis van school heb ik met mama gepraat. Op 27 mei heb ik besloten het 2 van mijn vriendinnen te vertellen. Zij zouden vrijdag 29 mei ‘s middags bij mij komen omdat ik hun wat wilde vertellen. Ik was heel erg zenuwachtig. Mama heeft mij geholpen het te vertellen. We hebben uitgelegd dat dat ” Charlie-Charlie” voor mij een soort van ” ik zie, ik zie wat jij niet ziet” is. Ik heb ze gezegd dat ze alles aan me mochten vragen en dat ik overal voor open stond. Ze vonden het gelukkig heel fijn dat ik het verteld had en dat ze alles mochten vragen. En tuurlijk bleef ik de “Kim” die ik hiervoor ook was! Ze waren er voor me. Helemaal begrijpen doen ze het natuurlijk nooit, maar een poging tot altijd! Achteraf ben ik ontzettend blij dat ik het heb verteld! Ze zijn er echt voor me. En natuurlijk hebben we het net zo gezellig als ervoor! Ik ben erachter gekomen wat “echte” vriendschap is!

Liefs,
Kim