Uit een Europese studie blijkt dat 1 op de 10 mensen tussen de 12 en 30 jaar oud een eetstoornis heeft (gehad). Waar men eerder beweerde dat het hierbij voornamelijk om jonge vrouwen ging, blijkt nu dat eetstoornissen ook bij mannen een steeds vaker voorkomend probleem zijn. Alleen al aan anorexia nervosa komen er per jaar ongeveer 1300 patiënten bij.  Annabel vertelt hoe zij als jong meisje te maken kreeg met deze ziekte…en hoe zij overwon.

Ik was mager aan het worden. Slank was ik al voorbij. En vergis je niet, dat wist ik zelf ook, dat zag ik heus wel in de spiegel. Niet alle anorexia patiënten hebben een vertekend beeld van zichzelf! Fijn dat ik dat nu even uit de wereld kan helpen. Er zijn meerdere vormen van anorexia. Zo gaf ik bijvoorbeeld ook niet over. Bij mij ging het om de controle en allang niet meer over mijn figuur. Daar is het alleen maar mee begonnen.

NIET ZOMAAR TERUG
Ik maakte me echt wel zorgen over mijn lichaam, begon te lezen over anorexia en de gevaren hiervan. Maar ik kon onmogelijk terug. Zat er veel te ver in. De huisarts heeft later nog uitgelegd, dat wanneer je onder een bepaald gewicht komt, je emoties ook niet meer goed werken. Je verstand verlies je volkomen in deze alles overheersende ziekte. De mensen die zover zijn, kunnen niet zomaar ‘even’ terug.  Bovendien negeer je de zorgen over je lichaam voor 90% van de tijd. Je drukt het weg. Om mijn ouders en omgeving te misleiden, droeg ik hele wijde kleding, waardoor mijn magere lichaam niet zo opviel. Alles was toch al te wijd.

Maar soms waren mijn zorgmomenten niet weg te drukken en kwam de angst keihard binnen. Er zijn genoeg momenten die afschuwelijk waren, herinneringen die nu nog door mijn ziel snijden en waardoor ik medelijden krijg met mezelf van toen. Mijn energie ging zienderogen achteruit. Het was gewoon letterlijk: overleven.

PROBLEEM NEGEREN
Inmiddels woonde ik niet meer thuis, maar woonde ik samen met een vriendin en mijn zus in Weesp. Boven een autogarage. De omgeving vond ik deprimerend. Maar ik woonde in elk geval niet meer thuis en zo kon mijn moeder mij niet meer controleren. Heerlijk toch. Ik werkte bij een advertentieverkoop-bureau in Amsterdam, aan de gracht. Vond ik zelf erg hip. Dacht dat het tij nu wel zou keren. Nog steeds grotendeels negerend dat ik een probleem had met afvallen.  Helaas had mijn moeder mijn vriendin en zus geïnstrueerd mij wat in de gaten te houden. Gelukkig was dit niet heel erg beklemmend; die kon ik wel hebben. Ik smeerde gewoon ’s morgens mijn brood en gooide dit onderweg in de vuilnisbak. Dachten zij dat ik dat allemaal opgegeten had.

Het was hartje winter en  ik moest enorm veel lagen kleding dragen om de kou tegen te gaan. Mijn lichaam warmde niet zomaar meer op. Elke dag moest ik een aantal kilometer fietsen naar station Weesp om de trein naar Amsterdam te kunnen nemen. Eenmaal in de trein was ik draaierig en volledig kapot. De werkdag moest dan nog beginnen. Op het werk liep ik altijd een rondje buiten, om te ‘lunchen’. Collega’s hadden ook niets in de gaten, bovendien wisten ze niet wat mijn normale postuur was.

ANGST, DIEPE ANGST
Ik kan me een avond herinneren waarin ik een keer uitging met mijn zus en vriendin. Ik wilde dat nooit, deed dat ook nooit, ik had daar helemaal geen zin in. Maar toch liet ik me deze keer overhalen. Gehuild heb ik toen ik me om moest kleden in iets ‘voor het uitgaan’. Niks stond me; ik was vel over been. Ik keek mezelf aan in de spiegel en zag een mager, uitgehold gezicht en dacht:  ‘Annabel, je kan hier dood aan gaan, stop ermee.’ Echt, die angst was enorm. Ik deed een shirtje aan waarin ik er natuurlijk vreselijk uitzag. Alsof er een jongen was die mij leuk zou vinden. Maar goed, ik ging zuchtend mee.

We kwamen aan bij een café in Amsterdam, waar een portier de gasten fouilleerde alvorens ze naar binnen mochten. Toen ik aan de beurt was, begon hij te lachen: ‘Nou, deze heeft echt helemaal geen kont hoor,’ schreeuwde hij. Iedereen hoorde het en de hele rij begon te lachen. Zo vreselijk gênant. Deze zin galmde de hele avond door mijn hoofd, terwijl ik in een hoekje de avond uitzat en m’n zus en vriendin vrolijk dansten. Gelukkig gingen we uiteindelijk naar huis, maar het was enorm koud; het vroor. Er stond een enorme rij voor de taxi’s .  Voor mijn gevoel duurde het wachten op die taxi uren, zo niet dagen. Ik was tot op het bot zo koud en dacht dat ik ter plekke dood neer zou vallen. Maar dat gebeurde niet. De hele nacht ben ik bezig geweest om mijn lichaam warm te krijgen met steeds meer kleding. Slapen kon niet meer. Angst. Diepe angst.

5 ROZIJNEN PER DAG
Ik was inmiddels in de fase dat ik nog maar 5 rozijnen op een dag at. Deze telde ik echt, en als er iets onverwachts qua eten tussen kwam (verdorie!) dan at ik 2 rozijnen, voorzichtig. Een logica van totaal de weg kwijt zijn!! Na dat nachtelijke dieptepunt heb ik de volgende dag mijn moeder gebeld om te zeggen dat ik weer thuis wilde wonen. Ze kwam er direct aan, met aanhangwagen en binnen no-time was mijn verhuizing een feit. Alles werd van de muur getrokken en m’n hele huisraad was ingepakt binnen het uur. Thuis. Ik was thuis. Gelukkig!!  Ik was veilig. Toch?

Lees volgende week het vervolg van Annabel, hier bij Taboe.

Deel 1, deel 2, deel 3