Uit een Europese studie blijkt dat 1 op de 10 mensen tussen de 12 en 30 jaar oud een eetstoornis heeft (gehad). Waar men eerder beweerde dat het hierbij voornamelijk om jonge vrouwen ging, blijkt nu dat eetstoornissen ook bij mannen een steeds vaker voorkomend probleem zijn. Alleen al aan anorexia nervosa komen er per jaar ongeveer 1300 patiënten bij… Op Taboe vertelt Annabel hoe zij als jong meisje te maken kreeg met deze ziekte…en hoe zij overwon.

Deel 1

Ik lig bij het zwembad in het zonnetje en geniet…kijk naar mijn lieve, mooie man en mijn prachtige kind en lach als ik mijn zoontje gillend van plezier door het zwembad zie rennen. Wat een heerlijke, onbezorgde dag! Tevreden streek ik een sigaretje op en neem een slokje water. Mijn blik dwaalt af en blijft geboeid hangen bij een meisje. Het meisje is heel mager, haar botten steken uit haar lichaam, haar gezicht staat grauw en haar ogen staan emotieloos.  ‘Kijk Rick,’ zeg ik tegen mijn man en knik met mijn gezicht in haar richting… Rick knikt terug, we begrijpen elkaar.

IT TAKES ONE TO KNOW ONE
“It takes one to know one,” zeggen ze weleens. Ik geloof daarin.  Dat meisje ben ik namelijk ook geweest, 20 jaar geleden alweer.  Het meeste ben ik vergeten uit die tijd, maar toch…als ik naar haar kijk zijn mijn herinneringen weer haarscherp. Ik zou wel naar haar toe willen lopen en haar willen vertellen dat ze moet stoppen…NU! Maar dat doe je natuurlijk niet. Bovendien kan ze nog in die ontkennende fase zitten, zelfs voor zichzelf…

Nog één keer besluit ik terug te gaan in de tijd in mijn gedachten en mijn verhaal op te schrijven. Wellicht kan ik hiermee een ander meisje op het goede spoor brengen, al is het er maar één. Ik probeer terug te halen wie ik was, hoe ik was…om ergens mijn verhaal te kunnen beginnen over deze ziekte . Want naar mijn mening IS dit een ziekte, in je hoofd dan.

En die begint natuurlijk ergens. ERGENS zit daar die ‘trigger’ die dit hele circus in je hoofd in beweging zet en hierna doorwerkt als een sluipmoordenaar die langzaam bezit van je neemt; een fase waarin je jezelf langzaam steeds meer ‘hersenspoelt’. Ik heb er even geen ander woord voor. Dit verhaal gaat over mijn gevecht tegen Anorexia. Een gevecht dat ik heb gewonnen. Een langdurig slopend gevecht tegen mezelf, tegen de gedachtes in mijn hoofd.

TRIGGER
Laat ik beginnen bij het begin, MIJN ‘TRIGGER’:

19 Jaar was ik, een beetje een mollig, zeer onzeker meisje. Ik liep stage bij een kapsalon als leerling-kapster. Alhoewel, ‘slaafje’ is meer het woord voor mijn functie in mijn beleving van toen. Ik werkte hard. Mijn werk bestond uit oneindig veel handdoeken wassen, drogen en vouwen. Haren wassen, haren verven, opruimen, de vloer vegen en dweilen, koffie zetten, eten halen, ramen lappen en meer van dat soort klusjes. Er werd meestal op een commanderende toon tegen mij gesproken door mijn collega’s. Ik weet niet of ik dat over mezelf afriep, of dat ik iets uitstraalde destijds waardoor ze dat deden. Misschien…?

Enfin,  Ik werkte daar vijf dagen per week en een dag in de week ging ik naar de kappersschool. Ik had het gevoel dat ik een ‘dubbel leven’ leidde.  Op school blonk ik uit en was ik enthousiast en spontaan. Op mijn werk werd ik door de negatieve benadering van mijn collega’s al snel een onopvallende schim van mezelf. Af en toe zei ik wel wat, maar ze hoorden me niet eens. Zo heb ik eens enthousiast vanaf school gebeld naar mijn werk, omdat ik van de 100 leerlingen de eerste prijs had gewonnen, HET kerstkapsel maken…en IK won!! Juichend met m’n schoolgenootjes naast me heb ik in die spontane vlaag van overwinning dus m’n werk gebeld.

ONGELUKKIG
‘Oh oké, leuk hoor,’ was de reactie en er werd direct weer opgehangen. Ik zie nog de beduusde gezichten van mijn klasgenootjes voor me, na dat gesprek dat minder dan één minuut duurde. Ach, ik was het gewend en lachte het weg. “Ze hebben het druk, hè.”  Maar ik wist wel beter: ik hoorde er niet bij. Zoals je dat op die leeftijd erg belangrijk vindt. Ik vertelde niks tegen mijn ouders, sprak daar met niemand over hoe ongelukkig ik wel niet was. Ik schaamde me enorm. Eigenlijk was ik een vrij gesloten type destijds. Ik haalde elke dag uit mijn werk, uit pure ontevredenheid, een aantal satékroketten bij de snackbar. ELKE dag. Ik vond dat ik die verdiende. Op de terugweg richting station at ik ze lopend op.  Eenmaal in de trein naar huis huilde ik in stilte in een hoekje in de trein of op het toilet. Hierna zette ik mijn masker weer op en was ik weer de ‘vrolijke’ meid, schoof ik aan bij mijn ouders aan tafel en at een grote maaltijd. Mijn omgeving had werkelijk niets in de gaten…

Lees volgende week het vervolg van Annabel hier bij Taboe.