Sinds kort ben ik beheerder van een dorp. Ik ben er best druk mee met m’n dorp. Ik schaf gebouwen en verdedigingswerken aan en ik moet zorgen dat m’n defensie up to date is, omdat mijn dorpje anders platgewalst wordt door de vijand. Wellicht had je het al begrepen…mijn dorp is virtueel. Het is een spel.

Met mijn ipadje op schoot zit ik in mijn luie stoel en stort mij in de wereld van ‘Clash of Clans’, want zo heet het spel. Je begint met een klein dorpje en een klein legertje. Door andere dorpen aan te vallen verdien je duiten of elixer en kun je zelf weer uit gaan breiden. Je kunt je aansluiten bij een zogenaamde clan en met je clanleden kun je tussendoor gezellig chatten. Door andere dorpen te bezoeken, die al een veel hoger level hebben dan jij, word je aangespoord, want jij wil ook zo’n gaaf dorp. Aangezien het een wereldwijd verspreid spel is, tref je tegenstanders vanuit alle werelddelen. Gisteren ben ik nog aangevallen en verpletterd door een Chinees.

LEUK! MAAR WAAR LIGT DE GRENS?
Wat is er nu zo leuk aan? Dat vraag ik mezelf ook regelmatig af. Ik steek tijd in iets en ben er nog fanatiek in ook. En dat op mijn 46e. De clan waar ik bij aangesloten ben is een 18+ clan. Volwassen mensen die in hun vrije uurtjes even inloggen om te kijken hoe het met hun dorp en clanleden gaat. Het is een leuke en zelfs gezellige manier van ontspannen. Het spel zit vernuftig in elkaar en ziet er erg leuk uit. Maar waar ligt de grens? Hoe makkelijk is het om meegezogen te worden in deze virtuele wereld. Het gaat sneller dan je denkt. Hele avonden kan ik aanvalstactieken bedenken en tussendoor babbel ik met de rest van de online clanleden.

GAMEVERSLAAFDEN
Op een avond, tijdens het gamen nota bene, is er een documentaire op Discovery over gameverslaafden. Een Japanse arts geeft een rondleiding door zijn verslavingskliniek en vertelt over zijn patiënten. Het zijn nagenoeg altijd jongens. De ergste kan hij zich nog goed herinneren: dat was een jongen die dag en nacht online was. Zijn persoonlijke hygiëne was totaal verwaarloosd. Hij was al drie jaar niet buiten geweest, had een luier om, zodat hij niet naar het toilet hoefde. De jongen was ondervoed, zijn haar hing op zijn rug, zijn gebit was een puinhoop en hij stonk een uur in de wind. De kliniek wist er wel raad mee. De gameverslaafden werden onderworpen aan een streng computervrij regime en het wierp duidelijk zijn vruchten af.

TOENAME
Gameverslaving neemt hand over hand toe. De spellen worden steeds fraaier en realistischer. Het oefent vooral op jongeren een grote aantrekkingskracht uit en is een perfecte manier om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Gamen kan op allerlei manieren. Een spelletje op de Wii kan geen kwaad en je beweegt er zelfs bij, wat wil je nog meer. Natuurlijk kun je zeggen: laat die kinderen toch buiten spelen, wat is er mis met tikkertje en verstoppertje? Maar je kunt er niet omheen: de computer is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven.

CONTACT MET DE WERKELIJKE WERELD VERLIEZEN
Het gaat fout wanneer je hele dagen online bent en je zo opgaat in je spel dat je het contact met de werkelijke wereld verliest. Het dagelijkse werk wordt verwaarloosd en de sociale contacten verlopen alleen nog via de chat of het spel. Wanneer dag- en nachtritme verstoord raken en de persoonlijke hygiëne verwaarloosd wordt, heb je echt een probleem. Woede-uitbarstingen als men je hierop aanspreekt zijn ook een teken dat het fout gaat. Games waarin een fantasiewereld gecreëerd wordt in combinatie met contact met anderen en de aantrekkingskracht van het spel kunnen het ontstaan van gameverslaving aanwakkeren.

Gelukkig is het bij mij nog lang niet zover en daar ga ik voor waken. Maar ik kan me voorstellen dat de lijn dun is tussen even ontspannen een spelletje doen en hele dagdelen online zijn. Voor ouders én volwassen gebruikers een schone taak om deze grens te bewaken en de signalen in de gaten te houden.